Aanzegverplichting m.b.t. het al dan niet verlengen arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tijdens vakantie werknemer?

Gepubliceerd op: 07 juni 2017

Aanzegverplichting tijdens vakantie werknemer?

Wat is ook alweer de aanzegverplichting?

Als werknemer of werkgever krijg je er niet dagelijks mee te maken en vandaar is het ook niet raar dat de aanzegverplichting een beetje is weggezakt in het geheugen. Vandaar even een snelle opfriscursus (van een halve minuut).

Wanneer het einde van de arbeidsovereenkomst nadert (bij bijvoorbeeld een contract van 1 jaar), dient te werkgever duidelijk aan te geven aan de werknemer of hij de arbeidsrelatie al dan niet wenst voort te zetten (en zo ja, onder welke voorwaarden). De werkgever is daarbij verplicht dit minimaal een maand voor de einddatum van de overeenkomst te doen, en wel schriftelijk. In juridische termen wordt deze plicht voor de werkgever de aanzegverplichting genoemd.

Komt de werkgever deze verplichting niet na ( of te laat) dan kan de werknemer een boete opeisen van de werkgever. Dit kan oplopen tot een geheel maandsalaris (wanneer de werkgever in het geheel niet heeft aangezegd).

Nu het juist nakomen van de aanzegging nogal wat financiële consequenties mee kan brengen – de werknemer krijgt wellicht een (gedeelte van) een extra maandsalaris, en de werkgever zal dit moeten betalen – valt te verwachten dat er zo nu en dan discussie bestaat over het al dan niet (op tijd) hebben aangezegd door de werkgever.

Overigens is het wel zo dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt ondanks dat er niet aan de aanzegverplichting is voldaan.

Aanzegging rechtsgeldig tijdens vakantie werknemer?

Zo ook in de hieronder beschreven rechtszaak. De rechter van de Rechtbank Rotterdam diende zich te buigen over de volgende vraag:

Is een aanzegging van de werkgever rechtsgeldig wanneer de werknemer voor enkele weken in het buitenland verblijft en de werkgever hiervan op de hoogte is?

Wat was er aan de hand?

De werknemer verbleef tijdens zijn vakantie in Kaapverdië. Logischerwijs heeft hij hierdoor niet direct zijn post kunnen controleren. De brief met daarin de aanzegging dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet, was door de werkgever wel op tijd verstuurd, maar kon door de vakantie van de werknemer pas bij terugkomst gelezen worden.

De (gemachtigde van de) werknemer verwees tijdens de procedure naar de wetsgeschiedenis. Hieruit volgt dat de wetgever met de aanzegverplichting extra bescherming en zekerheid voor de werknemer heeft willen inbouwen. Om die reden is in de wet dan ook de minimale termijn van 1 maand aangehouden. Door deze maand heeft de werknemer nog voldoende tijd om eventueel te zoeken naar ander werk of andere maatregelen te treffen.

Met betrekking tot de rechtszaak was – zoals gezegd – de brief door de werkgever wel op tijd verstuurd, maar de werknemer heeft deze pas veel later kunnen lezen. Werknemer stelde zich op het standpunt dat dit in strijd was met de achterliggende gedachte van de wetgever en verzocht de rechter te beslissen dat er niet (althans te laat) was aangezegd, waardoor de werknemer in ieder geval een boete kon vorderen.

In het geval van deze aanzegverplichting geldt onder meer artikel 3:37 lid 3 BW. Hieruit volgt dat een dergelijke aanzegging van kracht is op het moment dat deze de werknemer heeft bereikt. Dat de werknemer de brief heeft ontvangen (en de aanzegging de werknemer dus heeft bereikt) stond niet ter discussie. De werknemer heeft de brief alleen pas veel later kunnen lezen.

Artikel 3:37 lid 3 geeft daarbij aan dat ook wanneer de aanzegging de werknemer niet tijdig zou hebben bereikt, de aanzegging alsnog tijdig gedaan kan zijn. Het niet tijdig bereiken moet daarbij het gevolg zijn van eigen schuld of toedoen van de werknemer.

Wanneer hiervan sprake zou zijn, is dat positief voor de werkgever (maar negatief voor de werknemer). Door het tijdig bereiken van de aanzegging, is de aanzegverplichting juist nagekomen en maakt de werknemer geen aanspraak op een boete.

In deze procedure diende de rechter te beslissen of het niet kunnen lezen van de post door vakantie, gezien moet worden als het niet tijdig bereiken door eigen schuld of toedoen van de werknemer.

De rechter heeft beslist dat in dit geval van eigen schuld van de werknemer sprake is. Een werknemer dient in een vakantieperiode zijn post (maar) te laten waarnemen door een ander, zodat hij geen belangrijke zaken mist. De rechter besliste dan ook dat de aanzegging in dit geval tijdig is gedaan en de werknemer geen recht heeft op de betaling van een boete.

Laat uw post waarnemen door een ander wanneer u op vakantie gaat

Hetgeen is bepaald in deze procedure geldt eigenlijk voor alle werknemers onder ons. Laat uw post waarnemen door een ander wanneer u op vakantie bent, zodat u niet te laat op de hoogte bent van wat er precies speelt.

Rest ons u alleen nog een prettige vakantie te wensen.

 

Terug naar overzicht
    ©2016 Knoester en Kuit Advocaten            Internetbureau: Webton.nl