Alles over partneralimentatie

Gepubliceerd op: 07 juni 2016

Partneralimentatie: wat is dat?

Partneralimentatie is een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de ander gedurende een bepaalde periode (zie hieronder) na het huwelijk. Na beëindiging van een samenwoning zijn partijen elkaar over en weer geen partneralimentatie verschuldigd (tenzij anders overeengekomen). 

Na een huwelijk altijd recht op partneralimentatie?

Niet iedereen heeft recht op partneralimentatie na een huwelijk. Allereerst zal worden bezien of iemand behoefte heeft aan een dergelijke bijdrage en voorts wordt bezien of de ander deze bijdrage wel kan betalen (dit wordt de draagkracht genoemd).

Behoefte

Iemand heeft behoefte aan een bijdrage in diens levensonderhoud (partneralimentatie dus) als die persoon niet in staat is om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Deze toets lijkt steeds strenger te worden. Er wordt per situatie opnieuw beoordeeld en gekeken naar de omstandigheden. Van belang zijn: leeftijd, gezondheid, leeftijd van de kinderen, arbeidsverleden etc.

Hoeveel behoefte een persoon heeft wordt vaak bepaald aan de hand van het netto gezinsinkomen dat partijen hadden kort vòòr het feitelijk uiteengaan van partijen. Aangezien een eenpersoonshuishouden over het algemeen kostbaarder is dan een meerspersoonshuishouden wordt er in beginsel van uitgegaan dat iemand een behoefte heeft aan 60% van het netto gezinsinkomen (minus de kosten van de kinderen, zoals zal worden berekend aan de hand van de tabellen van het Nibud).

Ingeval de andere partij betwist dat van een dergelijke (hoge) behoefte moet worden uitgegaan dan zal de alimentatiegerechtigde daadwerkelijk moeten aantonen dat hij of zij daadwerkelijk in het huwelijk dat bedrag gewend is geweest om te kunnen besteden. Een en ander dient met de nodige bewijsstukken aannemelijk gemaakt te worden. Het is dus zo dat personen die een hogere welstand gewend waren in hun huwelijk dan een ander ook een hogere alimentatie kunnen vragen dan een ander.

Ingeval bepaald is dat er behoefte is aan een bijdrage en ook bepaald is hoe hoog de daadwerkelijke behoefte is dan worden daarop de eigen inkomsten in mindering gebracht. Een bedrag aan behoefte resteert. Vervolgens wordt bekeken of de alimentatieplichtige voldoende draagkracht heeft om deze behoefte te kunnen voldoen (betalen).

Het vaststellen van de behoefte is niet altijd even gemakkelijk. Het netto inkomen moet worden vastgesteld alsook eventueel de kosten van de kinderen. Daarnaast moet worden toegelicht waarom een dergelijke behoefte in die situatie redelijk is.

Mr S. Kuit heeft al meer dan 15 jaar ervaring met het vaststellen en berekenen van alimentatie. Zij kan u dan ook goed adviseren en begeleiden.

Draagkracht

Teneinde te bepalen hoeveel alimentatie de alimentatieplichtige kan en zal moeten betalen, zal een zogenoemde draagkrachtberekening moeten worden opgesteld. Deze berekeningen zijn niet eenvoudig en er zal met allerlei fiscaliteiten rekening gehouden moeten worden.

Knoester & Kuit Advocaten beschikt over de benodigde professionele alimentatierekenprogramma’s om dit op een juiste en accurate wijze te kunnen berekenen. Op deze wijze berekend de Rechtbank ook de alimentaties. Mr S. Kuit heeft al meer dan 15 jaar ervaring met het werken met dergelijke programma’s en kan u een en ander dan ook goed uitleggen.

Gemakkelijk gezegd (zonder hierin volledig te kunnen zijn) zal gekeken worden naar de inkomsten (inclusief vakantiegeld en overwerk) en redelijke (soms forfaitaire / vastgestelde) uitgaven. Van wat er vervolgens “overblijft” zal een percentage (60% voor een alleenstaande) worden aangewend voor alimentatie (partner- en kinderalimentatie). Het rapport Alimentatienormen (zgn. Trema normen) vormt een richtlijn waaraan de alimentatieberekeningen moeten voldoen. De Rechtbank en Mr Kuit zullen deze richtlijn dan ook volgen. Natuurlijk kunnen er redenen zijn om in uw geval van deze richtlijn af te wijken. U kunt met Mr Kuit bespreken in hoeverre het afwijken van deze richtlijnen “haalbaar” zal zijn.

Er zal per saldo uiteindelijk nooit meer alimentatie betaald hoeven te worden dan het bedrag waaraan behoefte is, nooit meer alimentatie betaald hoeven te worden dan waartoe men volgens de berekeningen draagkracht heeft en nooit een bedrag aan alimentatie betaald moeten worden waarbij de alimentatiegerechtigde “beter af is” dan de alimentatieplichtige.

Einde partneralimentatie: samenwonen als ware gehuwd (artikel 1:160 BW)

Als de alimentatiegerechtigde (degene die de alimentatie ontvangt) gaat samenwonen als ware hij/zij gehuwd of een geregistreerd partnerschap aangaat, dan eindigt de partneralimentatie.

De grondslag “samenwonen als ware zij gehuwd……………” kan tot onduidelijkheid en zelfs tot geschillen leiden. Een huwelijk of geregistreerd partnerschap is goed aan te tonen maar hoe toon je “samenwonen als ware zij gehuwd” aan?

Om de beëindigingsgrond “samenwonen als ware men gehuwd” aan te tonen moet aan drie voorwaarden worden voldaan:

  1. een duurzame affectieve relatie;
  2. samenwoning;
  3. wederzijdse verzorging en het verzorgen van een gemeenschappelijke huishouding.

In de rechtspraak wordt een beroep op beëindiging van de alimentatieplicht vanwege het samenwonen als ware men gehuwd niet zo vaak aangenomen. Aanname van de voornoemde grond om te stoppen met het betalen van partneralimentatie heeft namelijk ten gevolg dat de alimentatiegerechtigde geen partneralimentatie meer ontvangt, maar er is ook geen nieuwe onderhoudsplichtige die het verlies aan voorziening in het levensonderhoud kan opheffen, dan wel verplicht is op te heffen.

Ingeval uw ex-partner derhalve betwist dat er wordt samengewoond als ware gehuwd, dan zult u het tegendeel daarvan moeten bewijzen. Dat is vaak erg lastig.

Einde Partneralimentatie: duur

Als uw echtscheiding is ingeschreven op of na 1 juli 1994, dan gelden de volgende wettelijke termijnen:

  • maximaal 12 jaar voor een huwelijk met kinderen;
  • maximaal 12 jaar voor een huwelijk zonder kinderen als het huwelijk langer duurde dan 5 jaar;
  • net zolang als het huwelijk duurde bij een huwelijk korter dan 5 jaar zonder kinderen.

Na de wettelijke termijn stopt de betalingsverplichting automatisch. De termijnen gelden ook als een geregistreerd partnerschap eindigt via de rechter.

Voor scheidingen van vòòr 1 juli 1994 gelden geen wettelijke termijnen. De betalingsverplichting stopt na de termijn die u met uw ex-partner heeft afgesproken of de periode die de rechter heeft vastgesteld.

Partneralimentatie: verlenging van de termijn van 12 jaar

Als de beëindiging van de partneralimentatie na 12 jaar zo ingrijpend voor de alimentatiegerechtigde is, dat dit redelijkerwijs niet van hem of haar kan worden gevergd, dan heeft de Rechtbank de optie om op verzoek de termijn van 12 jaar te verlengen. Daarbij zal, naast de financiële situatie van de alimentatiegerechtigde, onder meer van belang zijn of deze alles heeft gedaan wat redelijkerwijs mocht worden verwacht om financieel onafhankelijk te worden. De bewijslast op dit punt is zwaar. Immers: een van de belangrijkste gronden voor de termijn van twaalf jaar is dat deze periode de alimentatiegerechtigde in beginsel voldoende gelegenheid biedt om zich voor te bereiden op het voorzien in diens eigen levensonderhoud. Dit geldt eveneens wanneer dit moet gebeuren naast de zorg voor minderjarige kinderen uit het huwelijk.

Partneralimentatie: er wordt niet betaald

Ingeval uw ex- partner de alimentatie niet betaalt én u beschikt over een zgn. executoriale titel (een originele uitspraak van de Rechtbank waarin de alimentatie werd vastgesteld, mèt origineel stempel: “in naam der koningin of in naam der koning”), dan kunt u het LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen) inschakelen. De originele uitspraak mèt stempel (de zgn. originele grosse van de beschikking) zult u naar het LBIO moeten opsturen waarna zij de inning van de alimentatie op zich kunnen nemen. De alimentatieplichtige betaalt een toeslag aan het LBIO. Echter: ingeval de alimentatieplichtige de alimentatie niet volledig betaalt dan wordt hetgeen is ontvangen minus deze toeslag aan u voldaan. Het LBIO kan de werkzaamheden pas opstarten ingeval er een maand niet of niet volledig is betaald. U kunt een en ander verder nagaan op hun website.

Ingeval de alimentatie enkel in een convenant of overeenkomst of enkel mondeling is afgesproken dan kan het LBIO niet tot de inning overgaan.

Mr S. Kuit kan u helpen om alsnog een uitspraak van de Rechtbank te verkrijgen waarin alimentatie wordt vastgelegd (mits u daar aanspraak op kunt maken: zie hiervoor “heeft iedereen recht op partneralimentatie”).

    ©2016 Knoester en Kuit Advocaten            Internetbureau: Webton.nl